Arend Booi: Ik heb altijd dienstbaar gespeeld, het is immers een eredienst'
GENEMUIDEN - Laat zich 't orgel overal, bij het juichend vreugdgeschal, tot des Heeren glorie paren. Deze tekst uit psalm 150 omschrijft hoe Arend Booi veertig jaar lang zijn rol zag als orgelspeler in de Hervormde Gemeente.Zijn eerste dienst als organist verzorgde hij op 22-jarige leeftijd. De toenmalige orgelspeler van de Hervormde Gemeente, Albert Roetman, verhuisde naar Huizen. Daarmee kwam een vacature vrij voor de zogenoemde half elf-dienst' op zondag in de Grote Kerk. Op een zaterdagmiddag in februari 1973 was Booi aan het studeren op het uit 1885 stammende Zwier van Dijk-orgel in de Grote Kerk, toen hij voetstappen in de kerk hoorde. Een aantal kerkvoogden en notabelen bestegen de trappen aan weerszijden van het orgel om te luisteren naar de kwaliteiten van Booi. Een week later kreeg hij te horen dat hij was aangenomen, de dag erna speelde hij zijn eerste dienst. Ik was toen wel zenuwachtig ja, kijkt de Genemuidenaar terug. Ik vond het een grote eer. Ik had maar één dag om het voor te bereiden. Aan de andere kant had ik daardoor ook maar weinig tijd om me er heel erg druk over te maken.Zijn eerste dienst voor een volle kerk was tijdens de intrede van dominee Van de Beek. Booi: De eerste psalm 138 speelde ik met bibberende vingers. Ik was maar kleine aantallen kerkgangers gewend, omdat het merendeel toen naar de dienst van 8.45 uur ging.Booi bleek een antenne voor gemeentezangbegeleiding' te hebben. Het klikt of het klikt niet, verduidelijkt de organist. Dat is een ongrijpbaar iets. Op sommige momenten hangen ze aan je vingers, dan valt alles samen.Daarvoor zijn drie aspecten van belang, aldus Booi. Je moet natuurlijk een goed orgel hebben, dat staat hier in de Grote Kerk. Daarnaast moet de organist de gemeente goed aanvoelen. Maar ook de gemeente zelf moet goed zingen. Maar daar staat Genemuiden bekend om.Genemuiden wordt vaak de bakermat van de bovenstem genoemd, met Booi als één van de aanjagers. Het had niet veel gescheeld of de eeuwenoude traditie, waarbij een aantal tenoren een tegenstem zingt, was in de vergetelheid geraakt. Echter zorgde een Genemuider delegatie dat de bovenstem en de daarbij horende psalmen vast kwamen te liggen in het boek Genemuiden en de bovenstem'. Daarnaast werd de Bovenstemgroep Genemuiden' opgericht, waarmee vier keer in het jaar de bovenstem wordt geoefend. Verder is de traditionele zangvorm voorgedragen voor de lijst van immaterieel erfgoed van Unesco. De bovenstem wordt ook vaak gezongen tijdens kerkdiensten, als Booi één van de 35 daarvoor geschikte psalmen speelt. Het gevoel voor het begeleiden hiervan heeft hij geërfd van zijn opa, Jaap van Dalfsen. Het ging als vanzelf, het ligt mij gewoon, vertelt hij. Het is ook geen kooraangelegenheid, maar echte gemeentezang. Als je de psalmen op een bepaalde manier speelt, valt die bovenstem daar precies in. Het gaat gepaard met een grote mate van impulsiviteit.Zijn orgelspel in de Hervormde Gemeente heeft Booi veel mooie momenten en ook optredens buiten Genemuiden opgeleverd. Terugkijkend op die veertig jaar is hij dankbaar. Ik heb altijd dienstbaar gespeeld, het is immers een eredienst. Ik speel niet omdat ik mezelf zo goed vind. Ik ben blij dat ik mijn talenten heb mogen gebruiken.Wegens het overlijden van Arend Boois moeder wordt de jubileumavond, die stond gepland op zaterdag 2 maart in de Grote Kerk in Genemuiden, uitgesteld tot een nader te bepalen datum.

