De Stadskoerier

Vrijdag, 20 maart 2026

Al het nieuws uit Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis

Henk Beens schrijft boek over eeuwenoude Genemuider fondsen

Henk Beens schrijft boek over eeuwenoude Genemuider fondsen
Ingezonden door: De Swollenaer, De Brug en De Stadskoerier
GENEMUIDEN - Schrijver Henk Beens is momenteel bezig met de afronding van een boek over de geschiedenis van het Provisoorfonds en het Armfonds van Camen. Dit naslagwerk, waar de Genemuidenaar zo’n vier jaar aan heeft gewerkt, wordt 1 februari gepresenteerd in het Tapijtmuseum.Beens wilde met ‘De Genemuider fondsen, een glimlach van de tijd’ een boek schrijven waarin feiten in de context worden gebracht met hoe het de tapijtstad verging in de voorgaande eeuwen. Dat is een lange geschiedenis, want het Genemuider Provisoorfonds ontstond in de Middeleeuwen. “Het fonds heette toen de Heilige Geest en hield zich bezig met de zorg voor zieken, armen en wezen”, vertelt Beens, die zelf vanaf 2001 acht jaar in het bestuur heeft gezeten van beide fondsen. “Het had toen een gasthuis aan de Langestraat 116/118 waarin zij werden opgenomen.”Echter, met de Reformatie dienden zich veranderingen aan. Rond 1600 ontstond uit de Heilige Geest een algemene stedelijke instelling voor armen- en wezenzorg, de Stadsprovisory geheten. Daarnaast was de diaconie van de Nederduits Gereformeerde Kerk (vanaf 1806 de Hervormde Kerk) betrokken bij deze armen- en wezenzorg. “In 1739 werd besloten dat te splitsen”, vertelt Beens. “Het Provisoorfonds ging zich voornamelijk bezighouden met de zorg voor de wezen, de diaconie met de zorg voor de armen.”In 1872 schonk de Genemuider gemeenteraad het Provisoorfonds een stuk grond en 4.000 gulden voor de bouw van een weeshuis. “Dat weeshuis heeft door omstandigheden echter nooit die functie vervult”, legt Beens uit. “Na een ongekende epidemie van pokken, kinkhoest en tyfus, waarbij 8 procent van de bevolking overleed, werd niet lang daarna de wet Besmettelijke Ziekten aangenomen. Iedere gemeenschap moest daarom over een soort ziekenhuis beschikken. Het weeshuis kreeg die rol. In 1882 werd het verbouwd tot school en vanaf 1906 deed het dienst als gemeenschapsgebouw zoals d’Overtoom. In 1973 werd het gebouw gesloopt.”Het Armfonds van Camen kent een minder lange geschiedenis en gaat terug tot de 18e eeuw. Pacht van een aantal landerijen, die schout Henricus van Camen na zijn dood in 1792 naliet aan de ‘huiszittende armen van de stad Genemuiden’, zijn tot op de dag van vandaag de inkomstenbron van het Armfonds. Ook het Provisoorfonds kan hier uit putten. “In de 19e eeuw was er veel armoede in Genemuiden”, vertelt Beens. “Er waren tijden waarin 50 procent van de bevolking bedeeld was. Het Armfonds van Camen nam de zorg voor hen grotendeels op zich en was de pijler van de armenzorg. Het was de tijd waarin men gemiddeld veertig jaar oud werd, met veel epidemieĆ«n. Bij een misoogst van graan schoot de prijs van brood omhoog, want reserves waren er niet. Ook waren er grote branden en overstromingen. De beide fondsen zijn een zegen geweest voor Genemuiden.”Ook anno 2014 zijn beide fondsen nog actief. “Mensen of gezinnen die in de problemen zitten, kunnen een beroep doen op het Armfonds van Camen”, aldus Beens. “Bijvoorbeeld voor zwemkaarten, een wasmachine of gewoon financiĆ«le hulp. Het Provisoorfonds richt zich op sociaal-culturele initiatieven. Te denken valt aan de Oudheidkamer, Tapijtmuseum of sportverenigingen. In 1965, toen de Bijstandswet er kwam, veranderden namelijk de doelstellingen van het Provisoorfonds. Zo ging er vanaf dat moment geld naar evenementen als Koninginnedag en de viering van ‘700 jaar Genemuiden’.”Beens concludeert dat Genemuiden het op dit moment zo slecht nog niet heeft. “Het is onvoorstelbaar hoe het destijds was. Helemaal als je dat vergelijkt met de kansen die er nu zijn.”