(door Bas Wilberink)
GENEMUIDEN - Slechts één Joodse familie heeft ooit in Genemuiden gewoond, rond 1900. De tapijtstad kan daarom niet spreken van een uitgebreide Joodse historie. Maar in navolging van de recente aandacht voor het Joodse leven in Hasselt en Zwartsluis werkt Aletta Mateboer momenteel aan een Genemuider expositie.
In Zwartsluis stelt Albert Greveling een tentoonstelling samen die begin april start in de Sluuspoort. Ook in Hasselt verschijnt een expositie en op 14 april wordt een monument onthuld bij de Joodse begraafplaats. Daarnaast schreef Geke Mateboer het boek Voor ons komt de bevrijding te laat', over drie uit Hasselt gedeporteerde Joodse families. Ondanks dat het Joodse leven in Genemuiden slechts een kleine noot is in diens geschiedenis, kon ook hier een expositie niet uitblijven. Zo vond de stichting Herdenking Joods Leven Zwartewaterland, waar Mateboer ook deel van uitmaakt. Deze expo start in de tweede helft van april in het Historisch Centrum Genemuiden.
Het idee van de stichting was in eerste instantie om een soort reizende expositie te houden, vertelt Mateboer, die voor het samenstellen hulp krijgt van haar man Co. Maar er werd toch gekozen voor drie afzonderlijke exposities. Vijf jaar geleden was in de Genemuider Oudheidkamer ook al een dergelijke expositie, gemaakt door Wout van Olst en Andres Post. Van dat materiaal kunnen we weer gebruikmaken. Daarnaast is er wat bijgekomen.
Het zal voornamelijk informatie en foto's bevatten over de familie Herschel, waarvan het echtpaar Hartog en Betje in 1879 in Genemuiden kwam te wonen. Zij kregen hier acht kinderen. Dit gezin ging naar de synagoge in Zwartsluis, legt Mateboer uit. Genemuiden had er geen. We denken dat de familie daarom ook in 1917 verhuisde naar Zwolle. Uiteindelijk belandden alle kinderen in een concentratiekamp. De meesten in Sobibor, Levie in Auschwitz. Slechts één kind, Isaak, wist te overleven. De ouders waren voor de oorlog al overleden.
In Genemuiden stond de familie Herschel middenin de samenleving, zo vermoedt Mateboer. Want heel veel informatie is daar niet over te vinden. Vader was beenhouwer', oftewel slager. Een koosjer slager, wat inhoudt dat de manier van slachten anders is. Ze mogen ook geen varkens, onreine dieren eten. Daar gaan we in de expo overigens verder op in. Maar de familie heeft toch 38 jaar in Genemuiden gewoond, dus moeten er ook mensen zijn geweest die daar vlees kochten. Anders waren ze allang failliet gegaan.
Haar man vult aan: Er is ook een foto van Genemuidenaren uit die tijd, waar meneer Herschel in zijn witte slagersjas en mes in de hand op staat. Hij komt vrij ontspannen over.
Verder maakt een poesiealbum van het Genemuider meisje Jent Blom deel uit van de expositie. Haar vriendinnetje was het jongste kind uit de familie Herschel, Eva. Bijna honderd jaar geleden, op 20 juni 1915, schreef zij daar in. Een passage daaruit: Weer een roos maar zonder doornen, een ijver bijtje dat niet steekt. Weer een voorjaarszon wier stralen, door de grauwe wolken breekt'. Dat boek hebben we, echt iets tastbaars, aldus Mateboer.
Daarnaast willen de samenstellers een beeld en de sfeer schetsen van het Genemuiden van toen. Verder wordt de film Joden in de Mediene' (provincie) getoond, waarin Joden uit verschillende plaatsen wat vertellen over hun leven daar. Volgens Mateboer is alle huidige aandacht voor de Joodse geschiedenis in Zwartewaterland belangrijk. Nu kan het nog, er zijn nog mensen die er iets over kunnen vertellen. Anders verdwijnt de informatie helemaal. We zouden allemaal willen dat het niet was gebeurd. Maar nu het is gebeurd, is het belangrijk dat die geschiedenis bewaard blijft.

