De Stadskoerier

Vrijdag, 20 maart 2026

Al het nieuws uit Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis

Tapijtmuseum heeft geld nodig voor groot onderhoud

Ingezonden door: De Swollenaer, De Brug en De Stadskoerier
GENEMUIDEN - Het hoeft niet van vandaag op morgen, maar in de nabije toekomst heeft het Tapijtmuseum in Genemuiden toch echt een keer groot onderhoud nodig. Dit om de gebouwen voor de toekomst te conserveren. Voorzitter Henk Beens hoopt vurig op een bijdrage van de gemeente Zwartewaterland. Want ondanks dat het museum aan de Klaas Benninkstraat doorgaans goed zelf ‘zijn broek op kan houden', boert het niet even een paar ton op. Dat is namelijk ongeveer het bedrag waarop het groot onderhoud is geraamd door deskundigen. Een technisch bureau heeft een bouwscan gemaakt van de noodzakelijke werkzaamheden met een prioriteitsstelling. De werkzaamheden worden gefaseerd uitgevoerd in een periode van negentien jaar. Een aantal zaken, waaronder verwarming en schilderwerk, worden al door het museum zelf aangepakt. “We zijn al een paar keer met een delegatie van het bestuur bij de gemeente geweest om uit te leggen waarom groot onderhoud aan het gebouw noodzakelijk is, maar we komen nog niet veel verder”, vertelt Beens. “We hebben tekst en uitleg gegeven van de voortgang van onze bestaande inrichtingsplannen en waar we met het oog op de toekomst naar toe willen met het Tapijtmuseum.”Bovendien is naar voren gebracht wat het bestaansrecht van het museum is en waar het voor staat. Beens: “Er is de gemeente gevraagd om, net als het Tapijtmuseum zelf, een toekomstvisie te ontwikkelen. Wat is het Tapijtmuseum de gemeente waard en welke status wordt het toegekend? Neem een standpunt in. Uiteindelijk is er een gezamenlijke verantwoordelijkheid.”Momenteel krijgt het Tapijtmuseum -gevestigd in twee voormalige fabriekspanden uit 1938- volgens Beens jaarlijks ongeveer 4.500 euro subsidie van de gemeente. “We zijn er blij mee, maar alleen de energielasten al zijn wel twee keer dat bedrag”, benadrukt de voorzitter. “En dan te bedenken dat het om oude gebouwen gaat die relatief veel normaal onderhoud vergen. Dat drukt op de exploitatie. We laten nu bijvoorbeeld de boel weer opschilderen. Dat is een rib uit ons lijf. We betalen het allemaal zelf.” Het geld om het museum te exploiteren krijgt het Tapijtmuseum, dat volledig wordt gerund door ongeveer zestig vrijwilligers, onder andere van donateurs en de entreegelden die bezoekers en schoolgroepen betalen.Beens heeft er vertrouwen in dat de gemeente een bijdrage levert. “Vanaf de herindeling heeft het Tapijtmuseum nog nooit een financiële bijdrage van de gemeente gehad. Dit in tegenstelling tot een aantal andere instellingen in de gemeente. Wellicht zijn er ook bronnen buiten de gemeente die we kunnen aanboren om ons doel te realiseren.” Het gaat onder andere om het vervangen van daken en goten op leeftijd en het repareren van scheuren in het gebouw, ‘die je niet kunt negeren'. “Bovendien zijn de steensmuren op bepaalde plaatsen niet waterdicht.” Het gebouw van het Tapijtmuseum blijft ook zonder het groot onderhoud nog wel een tijdje staan, erkent Beens. “Wij hoeven niet van vandaag op morgen geld”, aldus de Genemuidenaar.Hij noemt waarom het Tapijtmuseum, dat het afgelopen jaar 24 basisschoolgroepen met 578 leerlingen en 72 begeleiders op bezoek heeft gehad, volgens hem van waarde is voor de gemeente. “Het is een belangrijke promotor voor Zwartewaterland en de daarin gevestigde vloerbedekkingsindustrie. Wij zijn representatief voor deze sector, die wereldwijd opereert. Bovendien is de collectie enig in zijn soort. Het Tapijtmuseum ontwikkelt zich als kenniscentrum en biedt educatieve mogelijkheden voor scholen en bezoekers. Bovendien hebben de vrijwilligers een zinvolle vrijetijdsbesteding.”