GENEMUIDEN - Palingvisser Bert Bekendam heeft noodgedwongen zijn oude beroep in de bestratingshandel weer opgepakt. Want als er geen oplossing komt voor het huidige visverbod op paling kunnen hij en zijn gezin het hoofd niet langer boven water houden. De Genemuidenaar heeft zich aangesloten bij de actie die de landelijke Combinatie van Beroepsvissers momenteel voert; 'Komkommertijd in de palingsector'.
Al sinds december 2010 zetten de vier Genemuider palingvisserijbedrijven hun fuiken niet meer uit in een aantal door staatssecretaris Henk Bleker benoemde vervuilde wateren. Maar ook in september, oktober en november van dat jaar gebeurde dit niet vanwege de lage palingstand. In deze omgeving verbood Bleker het vissen in het Ketelmeer en de IJssel. "Daar halen wij 95 procent van onze paling vandaan", verduidelijkt Bekendam. "Verder hebben wij rechten voor het Zwarte Meer en het Vossemeer, waar wel gevist mag worden. Maar daar halen we niet genoeg vandaan om van te kunnen leven."
Daar komt bij dat de visserijbedrijven door het palingvisverbod ook verstoken blijven van bijvangsten. "Denk aan baars, snoekbaars en wolhandkrab", vertelt Bekendam. "Dat zijn toch leuke bijverdiensten. Daarnaast is het toch doodzonde om een dergelijke cultuurhistorische bedrijfstak de nek om te draaien. Terwijl er dan over tien jaar wordt gezegd: goh, wat jammer dat het niet meer bestaat."
Er wordt door de regering met twee maten gemeten, zo vindt Bekendam. "Komkommerkwekerijen bijvoorbeeld hebben wel een vergoeding gekregen, na het hele EHEC-bacterieverhaal. Wij hoeven geen vetpot, we vragen geen onredelijke vergoeding. Maar nu krijgen we niets, terwijl we niet de veroorzaker zijn van de dioxinevervuiling in die wateren. Daar komt bij dat de regering heel lang verkondigde dat er niets aan de hand was en geen maatregelen nam. Nu is het dweilen met de kraan open, want de oorzaak van de vervuiling wordt niet aangepakt."
Roofbouw
De Genemuider palingvisser ziet meer problemen. "Doordat nu op een beperkt aantal plaatsen mag worden gevist, gooien bedrijven daar intensief de fuiken uit", gaat Bekendam verder. "Ik doe daar zelf noodgedwongen ook aan mee, om nog enige inkomsten te kunnen genereren. Waar ik normaal twee fuiken uitzet, zijn dat er nu tien. Er wordt dus roofbouw gepleegd in bepaalde wateren, waarmee we eigenlijk onze eigen glazen ingooien. Daar kunnen we misschien even mee vooruit, maar op de lange termijn is dat geen oplossing."
Bekendam is het met de regering eens dat er geen vervuilde paling op de markt mag komen. Maar tegen de gekozen maatregelen is hij fel gekant. Een oplossing is volgens de Genemuidenaar een goede afkoopregeling. Bekendam: "Ik kan nu niets, terwijl de rekeningen voor mijn bedrijfsvoering wel op de deurmat blijven vallen; de ligplaats, verzekering, maar ook de afschrijving van de materialen speelt een rol. Bleker gaat er van uit dat die al binnen zeven jaar afgeschreven zijn, terwijl je eerder moet denken aan twintig. Wij willen gewoon een goede compensatie." Zijn vrouw Marja vult hem aan: "Onze Ketelmeervergunning is nu niets waard, terwijl dat ons pensioen is. De toekomst van mijn man en jongste zoon dreigt in het water te vallen."
