HASSELT – De Olde Maten mag wel wat meer in de belangstelling komen. Reden voor AtelierOverijssel om een gebiedsvisie op te stellen, met uitgangspunten voor verdere ontwikkeling van het gebied. “Zwolle wordt steeds groter, en die mensen zullen in dit gebied gaan recreëren. Dan heb ik liever de regie, dan dat ik achteraf corrigeren moet”, aldus Herman Lassche van de stichting Vrienden van de Olde Maten tijdens de presentatie van de visie, woensdagmiddag in de Veldschuur.
Een typische locatie, de Veldschuur. Midden in het bedoelde gebied: tussen Zwolle, de IJsseldelta en Nationaal Park Weerribben-Wieden. Dat gebied wordt verder ontwikkeld voor recreatie, waarvoor de uitgangspunten opgesteld zijn in de gebiedsvisie. Twee WerkAteliers, bijeenkomsten met belanghebbenden, zorgden voor de input van het plan.
“Maak het groot, maar houd het klein”, is een van de geformuleerde uitgangspunten. “Het is geen openluchtmuseum, er moet ook geleefd, gewoond en gewerkt worden”, omschreef Mieke Conijn van AtelierOverijssel de kern van het rapport. ”Het moet geen Giethoorn worden, dat past niet bij de karakter van het gebied”, adviseerde zij de mensen die verder met het project aan de slag gaan.
Een van de kernwaarden in het opgestelde plan is niet voor niets: rust. “Dus geen grote campings neerzetten met een en al stacaravans. Er zijn heel andere, interessante vormen te bedenken. Kies voor de juiste vormen.”
In de Olde Maten zijn veel schatten uit het verleden. “Er is hier een enorm rijke cultuurhistorie (waarvan er veel verborgen is), bijzondere hoeveelheid weidevogels, hooiland en natuurinclusieve landbouw (de natuur niet alleen optimaal gebruiken, maar die ook sparen en verzorgen)." Met een canon moeten die weer in beeld gebracht worden.
Voor sommige plekken die niet meer zichtbaar zijn, geldt dat die bijvoorbeeld met virtual of augmented reality in het oog kunnen springen. Andere vormen zijn een kunstwerk, zoals de toren van verdronken dorp Beulake. “Je kunt een bord langs het water zetten. Dat geeft informatie, maar doet niets aan beleving. Zo’n kunstwerk neerzetten, dat laat mensen nadenken wat er gebeurd is.”
Grootste obstakel bij de plannen: de routing. Er is gekeken naar verschillende wegen. “Daar is een probleem als het gaat om ontsluiting en manier waarop wegen worden gebruikt. Als we met elkaar besluiten dat de samenhang van het gebied iets is waar je naartoe wilt, zal er iets aan verkeer gedaan moeten worden”, aldus Conijn. “Sommige cruciale plaatsen sluiten net niet op elkaar aan, of de wegen komen niet langs belangrijke plekken.”
Ook zijn er veel mensen die rondjes fietsen in de Olde Maten. “Die paden zouden verbeterd kunnen worden, zodat mensen ook langs die plekken komen. Het gebied is prachtig, maar eigenlijk zo ontoegankelijk als wat. Als je erdoorheen fietst, word je al heel snel van de weg gereden.” In een schets is daarom opgenomen dat de Stadsweg bijvoorbeeld van een 80 naar een 50-kilometerweg ‘afgewaardeerd’ zou kunnen worden.
Tijd is daarbij een rekbaar begrip. “Maar we moeten wel op korte termijn beginnen. Misschien niet meteen die ene weg naar 50 kilometer per uur doen, maar bijvoorbeeld een proef op zaterdag of zondag.”

