ZWARTSLUIS/HASSELT - Het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel heeft dinsdag een bezoek gebracht aan Hebo Maritiemservice in Zwartsluis en Bodewes Scheepswerven in Hasselt. Het motto van deze bezoeken was ‘aandacht voor vervoer over water en kansen voor de logistieke hotspot regio Zwolle’.
“Het ondernemerschap en zelf-doen zit de mensen in deze regio in het bloed”, zegt Thecla Bodewes, directeur/eigenaar van de gelijknamige scheepswerven, met de basis in Hasselt. “Maar je kunt het niet alleen. De toekomst ligt in partnerschappen. Scheepsbouw is hyperconjunctuurgevoelig. Onze kracht ligt in een sterke ‘brand’ en in samenwerking. Nederland heeft van de wereld het meeste werk in de maritieme markt. Over de hele wereld willen mensen Nederlandse schepen. Zelfs de tweedehands waarden liggen enorm hoog.”
Bodewes is sinds vorig jaar voorzitter van de Dutch Trade & Investment Board; een publiek-privaat samenwerkingsverband dat kabinet en bedrijfsleven adviseert op het gebied van internationalisering van topsectoren. “We zorgen voor een goed investeringsklimaat en lossen knelpunten op zodat bedrijven makkelijker internationaal kunnen werken. Met als doel: de concurrentiekracht van Nederland versterken”, aldus Bodewes.
Wat daarbij helpt is een goeie strategische ‘reisagenda’. Precies weten wanneer buitenlandse bewindslieden naar Nederland komen, en wanneer er andersom Nederlandse delegaties naar het buitenland gaan zodat het bedrijfsleven op tijd kan meeliften en zaken doen.
Minister Ploumen voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking is verantwoordelijk voor de DTIB. Vanuit de Rijksoverheid is ook minister Kamp van Economische Zaken betrokken, net als organisaties en partijen als VNO-NCW, MKB-Nederland, vertegenwoordigers van de topsectoren en decentrale overheden. “Ook voor de Overijsselse regio is het ontzettend belangrijk om mee te liften met het DTIB. Het kan deuren openen en voor oplossingen zorgen”
Voorzitter Bodewes noemt als succesvol voorbeeld van de bemoeienis van het DTIB; het Nederlandse aandeel in de verbreding en vernieuwing van het Suezkanaal. Nederlandse bedrijven Van Oord en Boskalis werkten mee aan het graven van het nieuwe, ruim 70 kilometer lange kanaal.
Hebo Maritiemservice
Als in Alphen aan de Rijn bij de Julianabrug twee omvallende kranen een enorme ravage aanrichten, gaat in Zwartsluis de telefoon. Het is typisch een klus voor Hebo Maritiemservice om daar de boel weer op orde te krijgen. De telefoon gaat ook als er olierampen in de wereld plaatsvinden, als er oude bommen in de wateren gevonden worden, of als er delen van enorme bruggen moeten worden ingevaren. De telefoon gaat vaak in Zwartsluis.
Wiebbe Bonsink is samen met zijn broer directeur/eigenaar van Hebo, een internationale speler op de markt van maritieme calamiteitenbestrijding, bergingswerk en bijzonder transport over water. Met zeventig vaartuigen, waarvan vijftien oliebestrijdingsvaartuigen voert Hebo Maritiem vaak combinatiewerkzaamheden uit. Want waar (olie)rampen plaatsvinden, moet meestal ook ‘geborgen’ worden.
“Zwartsluis is onze basis, hier liggen onze roots", zegt Bonsink. “Maar we hebben vestigingen op zeven locaties in Nederland. Dat is onze kracht. We kunnen met ons eigen equipment heel snel ter plekke zijn en direct handelen vanaf het water bij rampen.”
De bescheiden ‘doe-maar-gewoon’-Bonsink is intussen wel de grootste berger van Nederland op de binnenwateren. Voor de lichting van de 16e eeuwse Kamper Kogge maakte Hebo met de bedrijvencombinatie ‘Isalacogghe’ alles zelf; van drijvende werkplatforms tot bergingsmand en stroomschermen. Maar Hebo heeft ook geen moeite met het bergen van een aangespoelde walvis van 40 ton.
“Niet zo’n lekker klusje,” zegt Wiebbe Bonsink droog. “Maar dat moet ook gebeuren.” In China wordt op dit moment gebouwd aan een megakraanponton voor Hebo Maritiemservice. Een bakbeest dat 600 ton buitenboord kan tillen, en daarmee de capaciteit van het totale hijsvermogen verdubbeld.

