HASSELT – Jacob Spa is een taalmens pur sang. Hij legde al verschillende streektalen vast in boekvorm en deze keer moet ook het Hasselts er aan geloven. Zijn nieuwe boek ‘Het dialect van Hasselt’ is deze week gepresenteerd.
Spa verblijft in Frankrijk op het moment dat deze krant hem een verzoek tot een interview voorlegt. De digitale snelweg biedt uitkomst. Een voordeel van de moderne tijd. Een nadeel van de toegenomen mobiliteit en communicatiemiddelen zou kunnen zijn dan dialecten steeds meer onder druk komen te staan. Invloeden van buitenaf maken immers dat in de nieuwe streektaal andere woorden, klinkers en klemtonen gemeengoed worden. Een boek als dit kan mede worden gezien als een middel de teloorgang van een streektaal tegen te gaan. Van de andere kant is niets zo levend als een taal en daar hoort verandering bij.
Wat ons er niet van weerhoudt te beginnen met iets dat typisch is voor het Hasselts: de klinkers, veel meer dan het standaard Nederlands er heeft.
Hoe komt het dat de taal zoveel klinkers heeft?
“Hoe dat komt weten we niet. We weten wel dat talen er soms meer klanken bij krijgen en weer andere verliezen. Het Engels (Angelsaksisch) had vroeger een uu, die het later heeft verloren. Er zijn aanwijzingen dat ook het Nederlands vroeger meer klinkers had. Taal verandert steeds en de oorzaken weten we meestal niet.”
“Andere dialecten in Overijssel die ik heb bestudeerd, hebben een vergelijkbare hoeveelheid klinkers. Dat van IJsselmuiden bijvoorbeeld en dat van Raalte en omstreken. Het Vollenhoofs en het Genemuidens hebben meer klinkers dan het Hasselts.”
Waarin verschilt het dialect van Hasselt met de rest van de provincie?
“In de meer naar het Oosten gesproken dialecten (die van Midden-Salland en Twente, red.) zijn er drie bepaalde lidwoorden, mannelijk nen, vrouwelijk de en onzijdig het, terwijl het Hasselts en het Nederlands er maar twee hebben : de, (h)et. Ook vinden we in het Oosten van Overijssel meer korte klinkers in de woorden. Bijvoorbeeld in etten is eten, waar het Hasselts een lange klinker heeft: èten. In Noordwest-Overijssel is het Blokzijls nogal een vreemde eend in de bijt.”
Meer in het algemeen: Welke factoren bepalen hoe een taal zich ontwikkelt? Bestaat er daarbij een verschil tussen gesloten en meer open gemeenschappen?
“De factoren die bepalen of een dialect verandert, zijn soms van economische aard. Als een bepaald gebied economisch belangrijk is en dus prestige heeft, dan willen de sprekers van de dialecten die niet in het eerst genoemde gebied gesproken worden hun taal nog wel eens aanpassen aan de dialecten van het meer prestigieuse gebied. De uu, die in het Hasselts voorkomt in bijvoorbeeld uus als huis is een aanpassing aan het dialect van Holland. Later werd in het Hollands de uu tot ui, want het woord was in het Hasselts oorspronkelijk (h)oes wat we nog terugvinden in Twente en Groningen. Maar de economische factor is niet de enige drijfveer voor verandering. In het Gronings wordt de ie vaak een ai. Zo is zaikenhoes ziekenhuis en dat wordt mijns inziens niet veroorzaakt door de aanpassing aan een meer prestigieus dialect. Voor zover ik weet, is er geen verschil tussen wat jij noemt een gesloten en een open gemeenschap.”
Over het boek zelf: Hoe moeilijk, leuk en of uitdagend was het om onderzoek te doen naar het dialect van Hasselt?
“Talen c.q. dialecten hebben me altijd geïnteresseerd en dan met name de klanken erin. Dat zou kunnen komen doordat ik vanaf mijn vroegste jeugd in Vollenhove met tweetaligheid ben geconfronteerd. Mijn ouders spraken thuis Nederlands maar zodra ik op straat kwam, praatte ik dialect. Het boek is relatief beknopt (de ondertitel is klank- en vormleer, red.) maar dit is in overeenstemming met de richtlijnen van de IJsselacademie. Toch heb ik er naar gestreefd zo volledig mogelijk te zijn. Ik heb me daarbij wel laten leiden door het principe zoveel mogelijk echte dialectwoorden in het boek op te nemen.”
Wat je veel hoort is dat dialect in gevaar is. Geldt dat ook voor het Hasselts?
“Alle streektalen zijn in gevaar vanwege de invloed van de standaardtaal, maar met het verschijnen van dit soort boeken hopen we de teloorgang van de dialecten te remmen.”

