GENEMUIDEN – De klok slaat. “Alles lijkt rustig in Genemuiden, de Langestraat ligt er uitgestorven bij. Er lopen toch nog een paar jongemannen. Ze lopen voor de derde keer langs het huis van bakker Hendrik Gerritsz van Dijk. Dat staat in brand.”
Het blijkt het begin van een ramp, in woord, gezang en beeld uitgebeeld in de Meente, donderdagavond. Achter het podium begint een rode gloed te glimmen. Een ‘Gaellemuniger’ avond. De teksten zijn in het Gaellemunigers, opgesteld door de Taelkrink en de Vrienden van Oud Genemuiden.
“Over een paar dagen is het 150 jaar geleden dat Genemuiden is afgebrand”, heet Sijm van Lente in het dialect de goedgevulde zaal welkom. “Vanavond gaat het over een tragedie, een ramp die ons Genemuiden heeft getroffen. Deze avond is dan ook niet in uitbundige sfeer, maar ingetogen.”
En zo gaat het verhaal van start. De jongemannen op de Langestraat slaan onmiddelijk alarm. “De vlammen slaan er al uit. Het vuur grijpt woest om zich heen. De wind waait ze over de huizen heen. De brandklok luidt, in een paar minuten is een groot deel van Genemuiden gealarmeerd.”
Een ‘ooggetuige’ komt het podium op. Hij vertelt over zijn vaste ritueel om naar de stal te gaan. “Ik zag overal rode gloed. Dat er brand was, was zeker. Mensen ontvluchten hun huizen. Om middernacht staan grote gedeelten van Genemuiden in brand.”
Na een kort stuk verhaal komt een ‘moeder’ het podium op. “Wat ben ik blij dat je er nog bent, dat je niks overkomen is”, verzucht ze tegen het kind in haar armen. Ze vertelt het verhaal van het kind dat ze in de haast in de armen van een schipper drukte. Die bleek dat vervolgens als een pakketje in het ruim gegooid te hebben. Het leidt tot de nodige hilariteit in de zaal, ondanks de ‘tragedie’ die zich als het ware ‘afspeelt’.
De toenmalig Genemuider predikant, Leenmans, schreef een boekje over de felle brand. Daaruit wordt voorgelezen door de ‘dominee zelf’, inclusief hoge, zwarte hoed. De spanning in het verhaal loopt op. Het ‘aermuus’ en het ‘veeruus’ (waar vele zieken liggen), worden ook bedreigd. De burgemeester gaat zelfs eigenhandig het vuur te lijf.
“Uiteindelijk begint het te schemeren in het oosten in de nacht waar voor de Gaellemunigers geen eind aan lijkt te komen. De dag heeft moeite om aan te breken”, zo loopt de verhaallijn door. “Grote delen van Genemuiden zijn compleet weg. Uit de puinhopen laait overal het vuur weer op. De indringende vette stank overheerst alles. Bewoners schieten naar de plek waar ooit hun huis stond, zou er nog wat over zijn? Gaellemuun mut now etroost wörn, want Gaellemuun reert.”
Na de pauze worden de feiten van de brand op tafel gelegd, wederom in het dialect. Geïnteresseerden worden verwezen naar het Historisch Centrum, waar nog enkele voorwerpen zijn die herinneren aan de brand. De toenmalige burgemeester (gespeeld door Sijm van Lente) beschouwt de brand voor de pauze nog kort na. “Een beperkte brand had de brandweer zeker aangekund, maar tegen een dergelijk inferno waren ze niet opgewassen.”

