De Stadskoerier

Woensdag, 8 juli 2026

Al het nieuws uit Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis

Liefde voor botter ZS13 houdt vaart er in bij restauratie

Liefde voor botter ZS13 houdt vaart er in bij restauratieLiefde voor botter ZS13 houdt vaart er in bij restauratieLiefde voor botter ZS13 houdt vaart er in bij restauratie
Redactie: Christiaan Schutte

ZWARTSLUIS – “Of het gaat lukken voor april 2016? Zeker!” Twijfel kent Richard van den Berg niet als het gaat om de groep vrijwilligers waarmee hij de ZS13, de oudste botter van Nederland, restaureert. Vakmanschap en de liefde voor de botter als varende getuige van het visserijverleden houden de vaart er in bij de opknapbeurt die nodig is nu zwam het hout heeft aangetast.

“Houtbewerking is mijn ambacht en ik ben een vakidioot. Daarnaast ben ik jarenlang docent geweest. Ik weet hoe je iemand kunt motiveren, maar dat hoeft hier eigenlijk nooit. Het mooie is dat hier mannen en vrouwen werken met zeer uiteenlopende achtergronden. De een heeft zijn sporen verdiend als dokter, de ander is ICT’er, weer een ander is techneut en ga zo maar door. Hoe verschillend ook, we delen eenzelfde passie voor de botter.”

Zwam als spelbreker

Een passie die wel mag blijken uit het feit dat Van den Berg tijdens een interview in zijn loods meermaals wordt weggeroepen en gekscherend naar zijn hoofd krijgt geslingerd of hij nog ligt uit te rusten. Circa 25 vrijwilligers werken, onder leiding van drie bestuursleden van de stichting van wie Van den Berg er eentje is, aan de restauratie. Een restauratie die nodig bleek toen in het voorjaar zwam werd ontdekt in het historische schip. “Regulier onderhoud is heel normaal. Daar houd je rekening mee. Dit is echter heel anders. De zwam heeft grote delen van de botter aangetast. We gaan onder andere twee spanten en zeven gangen vervangen. Daar zit enorm veel werk in. Zou je dit uitbesteden aan een bedrijf dan ben je een kapitaal kwijt.”

Een botter is nu eenmaal niet goedkoop in onderhoud. Zeker niet als je, zoals medebestuurslid Eit Brouwer benadrukt, streeft naar authenciteit. “Dit is een Marker botter en we hebben gelukkig een boek dat gaat over een soortgelijke botter met tekeningen en al.” Het streven naar kwaliteit blijkt verder, aldus Van den Berg, uit de materiaalkeuze. “Vroeger was het heel simpel en gebruikte je het hout waar je het meest makkelijk en voordelig aan kon komen. Een botter kostte zo’n 650 gulden, een vermogen in die tijd. Slimme vissers verkochten de botter na een paar jaar voor 250 gulden om vervolgens een nieuwe te laten maken.” De tijden zijn veranderd. Van den Berg en zijn crew hoeven niet te leven van de visserij. Ze verkeren in de prettige omstandigheid dat zij wel de keuze kunnen maken voor Frans eiken. “De structuur van Frans eiken is goed met weinig noesten, wat het sterk maakt. Als de ZS13 straks weer het water ingaat, wil je dat een nieuw zwaard dat je hebt vervaardigd, om dat voorbeeld maar te noemen, niet na twee jaar al minder wordt. Je wilt dat het na vier jaar nog steeds goed is.”

Het geluk van de oudste

De botter moet kortom weer in topconditie worden gebracht. Alleen de geschiedenis van de botter rechtvaardigt dat al vindt Van den Berg. “Deze botter is niet alleen de oudste van Nederland, hij dateert van voor 1870, maar is ook nog eens de enige van de Zwartsluiser vloot die je nog kunt bewonderen.” De ZS13 heeft telkens weer het geluk aan haar zijde gehad. In 1930 werd de botter van de sloophamer gered, opgekocht en verhuisd naar Zwartsluis.

Van den Berg zelf was, vele jaren later, geruime tijd eigenaar van de botter en voer er mee. De exploitatie bleek echter wel erg begrotelijk te zijn. Door de botter onder de brengen in een stichting als eigendomsvorm kan nu een beroep worden gedaan op donateurs. 

Evenzo op subsidieverstrekkers. Het mooie aan dit botterproject is bovendien dat Van den Berg er zijn leerwerkbedrijf aan heeft gekoppeld. Binnen die setting kan, wie nog niet alle kneepjes van het vak beheerst, daarin worden bijgespijkerd. “Dat we hier in zeven verschillende ploegen aan een botter werken is tamelijk uniek in Nederland”, vermoedt Van den Berg. Het is daarnaast een goede binnenkomer bij subsidieverstrekkers weet Brouwer. “Het scheelt gewoon dat wij het allemaal zelf doen. Dat wekt meteen de sympathie.” Een korte rondleiding door de loods – er staat meer vaartuigverleden gestald – onderstreept nog maar eens het enthousiasme van de club. Gewerkt wordt er zeker, maar gezellig is het ook.

Vermolmd hout buiten aan de kant in het gras maakt duidelijk dat de restauratie geen overbodige ingreep is. Eenmaal binnenin de botter hoef je evenmin een geoefend oog te hebben om te zien dat er een en ander loos is. De barsten in het hout zijn op sommige blekken behoorlijk groot. De 13 ton wegende botter (droog en compleet) wordt grondig aangepakt. Ongeveer zestig procent van de werkzaamheden, waarbij ‘boom wordt omgezet in botter’,  kan binnen plaatsvinden. De rest moet buiten gebeuren. Brouwer: “Wat die laatste werkzaamheden betreft, hebben we een beetje geluk nodig met het weer.”

Andere belemmerende factoren zijn de veranderde regels als het gaat om conservering van het schip. “Alles waar een mens dood aan gaat, is goed voor een schip”, zegt Van den Berg met gevoel voor understatement. Zo is carboleum als beschermheer tegen rot en schimmel sinds 2001 verboden. Begrijpelijk aldus Van den Berg, want het is een ongezond goedje. Gelukkig blijven er nog genoeg middelen over om houtrot en schimmel te voorkomen. Het doet echter niets af aan het feit dat de zwam die in de botter is gekropen heel vervelend is. Gebarend zegt Van den Berg: “Als je hier een zwam hebt kunnen een stuk verderop, zonder dat je dat ziet, nog sporen zitten.” 

Scheepsbouw lijkt daarmee een oefening in precisie en geduld. Toch? Die vraag ontlokt Van den Berg de uitsmijter van de middag. “Als ik iets niet heb, is het geduld. Wel in die zin dat ik weet dat ik het moet opbrengen om ook in de eindfase te streven naar perfectie. Mensen die van nature heel geduldig zijn beginnen echter niet aan een project als dit. Daarvoor moet je het vuur in je voelen branden, de wil hebben om iets te bewaren voor het nageslacht. Zo zie ik dat. Rondlopend in een historische stad als Brugge denk ik bij het zien van een monumentaal zestiende-eeuws pand: “Daar heeft iemand van gehouden, anders was het verdwenen.” Potentiële vrijwilligers die het wel wat lijkt om bij de botter ZS13 betrokken te zijn, zijn op donderdagavonden van harte welkom in het botterhuis in Zwartsluis.

Zie voor meer informatie www.zs13.nl.