De Stadskoerier

Vrijdag, 20 maart 2026

Al het nieuws uit Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis

Lintje bij gedwongen afscheid van de brandweer

Lintje bij gedwongen afscheid van de brandweer
Foto: Erik Driessen
Redactie: Enrico Kolk

(Door Erik Driessen)

GENEMUIDEN - Burgemeester Bilder spelde Christiaan Buitink vrijdagavond een lintje op. Buitink is geen brandweerman meer, maar mag zich nu wel Lid in de Orde van Oranje Nassau noemen. De Genemuidenaar diende maar liefst 24 jaar bij het brandweerkorps in zijn woonplaats.

Dat hij het 25-jarig jubileum niet volmaakt, heeft alles te maken met een ongeval op zijn werk. “Ik heb vorig jaar mijn heup gebroken en kom gewoon niet meer door de keuringen heen. Heel jammer, want ik vond dit mooi werk waarmee ik graag nog even was verder gegaan. Je helpt mensen en tegelijkertijd is het op een mooie manier spannend”, aldus Buitink, die in de bijna kwarteeuw veel heeft zien veranderen. “Vroeger zochten we bijvoorbeeld zelf het nieuwe materieel uit dat we graag wilden hebben. Daarmee klopte je dan aan de bij de gemeente. Later kwam de fusie tot Zwartewaterland wat veranderingen meebracht. En tegenwoordig zijn we onderdeel van de Veiligheidsregio. Daardoor heb je minder invloed, maar die grotere organisatie heeft ook voordelen. Het is goed om ook met de technieken van andere korpsen in aanraking te komen.”

Een bijzonder avontuur was de reis met een brandweerauto naar Macedonië. “Dat was een auto waarvan wij afscheid namen, maar die op de Balkan nog goed kon worden gebruikt. Die hebben we toen dwars door Italië en Albanië naar Macedonië gereden. We waren een week onderweg. Branden die me bij zijn gebleven zijn die bij Van Dijk en vorig jaar nog bij Delan. Dat waren voor een brandweerman mooie branden, hoe vervelend ook voor de betrokkenen.”

Buitink begon ooit als brandwacht en groeide door naar brandweerchauffeur/voertuigbediener. “Daarnaast deed ik veel organiserend werk, zoals voor oefeningen en feesten. Dat mis ik wel. Ik was graag nog even doorgegaan, maar dat zat er helaas niet meer in.”