SINT JANSKLOOSTER - Nieuw bij Natuurmonumenten in De Wieden dit jaar: vroege vaartochten voor liefhebbers die niet opzien tegen 6.00 uur op de excursieboot stappen. “We horen De Wieden wakker worden”, zegt schipper Rob Pieters bij vertrek vanaf het Bezoekerscentrum in Sint Jansklooster.
“Wij van De Wieden geven een garantie op reeën”, lacht hij bij het vertrek, vlak nadat hij de eerste vogel van de dag al heeft aangewezen. Een fazant heet het gezelschap op de excursieboot welkom. “Die zag je vroeger veel meer. Logisch ook, want ze werden uitgezet door jagers”, vertelt Pieters zijn eerste anekdote van de ochtend. Het is bij lange na niet zijn laatste.
Pieters heeft in alle vroegte gezelschap van schipper-in-opleiding Carl Maurits. In het begin van de excursie zijn ze nog spaarzaam met verhalen. Ze willen de opvarenden van de stilte en de ontwakende Wieden later genieten. “Een snor, dat hoor je aan dat wat ratelende geluid”, verbreekt Maurits de stilte. “En dit is de watersnip”, laat hij er meteen op volgen.
Aan de horizon kleurt de lucht ondertussen oranje. Cadeautje van de opkomende zon. Over het gemaaide riet is het prachtig uitkijken. De 120 rietsnijders in De Wieden zijn goed opgeschoten. De dotterbloemen bloeien alweer volop, zwanen stijgen vlak voor de excursieboot op en her en der laten de vogels horen dat ze ontwaakt zijn. “Kijk reeën”, kan Pieters verderop zijn belofte nakomen. Ruimschoots zelfs, negen reeën kijken toe naar de geruisloze excursieboot. Ze deinzen enkele tientallen meters terug. Alsof ze er zeker van zijn dat er goed volk aan boord is.
Pieters en Maurits zetten koers richting Jonen. Vlak voor de opvaart van de Walengracht wijst Pieters op een omgevallen boomstam aan de waterkant. “Daar zaten afgelopen winter ijsvogels in”, zegt de schipper. Even verderop ziet collega Maurits inderdaad een ijsvogel vliegen, al betwijfelt Pieters die waarneming. “Dat is een oude truc van boswachters: die zien ook altijd van alles vliegen.”
Via Dwarsgracht gaat de tocht over de Beulakerwijde terug naar het Bezoekerscentrum. Op het grootste meer van De Wieden is het plotseling mistig. Het kunstwerk dat herinnert aan het verdronken dorp torent daardoor bijna mystiek boven het water uit. In de verte zien de opvarenden dat kieviten een kiekendief proberen te verdrijven. “Wat hebben we veel gezien”, luidt dan ook de conclusie van Pieters bij het aanmeren. Niemand spreekt hem tegen. Het wordt eenmaal thuis moeilijk om foto’s te selecteren.
Op 30 april is de volgende vroege vaartocht. Boeken kan via de site van Natuurmonumenten.

