REGIO - Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel bezoekt dinsdag 7 november steunpunt Beukers in Wanneperveen. Zij wordt daar bijgepraat over het veenweidegebied in Noordwest-Overijssel, 'waar veel tegenstrijdige belangen zijn bij het beheer'.
Het veenweidegebied in Nederland dreigt langzaam te verdwijnen. Dit komt door bodemdaling en verdroging. In Overijssel gaat het om zo’n 35.000 hectare. Het veenweidegebied ligt in Noordwest-Overijssel.
Het college laat zich in Wanneperveen, samen met het bestuur van het waterschap Drents Overijsselse Delta, door boeren bijpraten over welke tegenstrijdige belangen er in het gebied spelen. Het gebied omvat Mastenbroek en Kampereilanden (Kampen, Zwolle en Zwartewaterland), Staphorsterveld en Oldematen en de kop van Overijssel (Steenwijkerland en Zwartewaterland).
Op de eerste plaats heeft het grootste deel van het gebied een landbouwfunctie. Om te kunnen boeren moet het gebied niet te nat zijn, dus is het gebaat bij lagere waterpeilen. Daarnaast zijn er veel natuurwaarden in het gebied, waaronder twee Natura 2000-gebieden (Wieden-Weerribben, Oldematen-Veerslootslanden). Het is ook een gebied voor weidevogels. Dit vraagt juist om hogere waterpeilen.
Daarnaast spelen er klimaatbelangen, zoals het beperken van uitstoot van broeikasgassen. "Want om een indruk te geven: jaarlijks daalt de bodem met gemiddeld 8 mm", aldus de provincie. "Maar 8 mm bodemdaling staat gelijk aan circa 16 ton CO2 per hectare. Dit komt voor NW-Overijssel overeen met circa 560.000 ton CO2 per jaar. Dit is gelijk aan emissie van een kwart kolencentrale."
Tenslotte, door het verdwijnen van het veen veranderen de landschapskenmerken van het gebied. Daarom werken Provincie Overijssel en waterschap Drents Overijsselse Delta samen met een aantal partners aan een veenweidevisie voor het gebied.

