(door Bas Wilberink)
GENEMUIDEN - Het Genemuider Tapijtmuseum klaarmaken voor de toekomst; dat is waar het bestuur momenteel hard aan werkt. De komst van zeven touch screens, waarop bezoekers in veertien filmpjes de geschiedenis van de tapijtindustrie tot zich kunnen nemen, past in dat plaatje. Vrijdag konden de sponsors en andere genodigden zien wat met hun geld is gerealiseerd.
Zo’n 22.000 euro was nodig om de met informatie en videobeelden doorspekte apparaten aan te kunnen schaffen. Het Stimuleringsfonds van Rabobank IJsseldelta, het VSB-fonds, Cotap, Stichting Stadswacht Genemuiden en particulier At Blei brachten dat bedrag bijeen, waarna een jaar werd gewerkt aan het bedenken en toevoegen van de juiste info aan de schermen. “Dat was een uitdaging”, aldus Tapijtmuseum-voorzitter Henk Beens. “Iedereen moet het kunnen begrijpen. Simpel, met niet al te veel tekst.”
Elke afdeling -over biezen, handweefgetouwen, pennenmatten en tassen en de ‘fabriek’ met industriële machines- heeft zijn eigen aanraakschermen. Op een uitgereikt A4’tje kan de individuele bezoeker zien wat hij waar kan treffen. Na een korte druk op de aan-knop van een screen verschijnt een keuzemenu. In verschillende hoofdstukken tonen de vrijwilligers vervolgens hoe het vroeger allemaal in zijn werk ging. Daarmee zijn de gebruikte tapijtproductietechnieken voor eeuwig vastgelegd.
“Dat was hard nodig”, benadrukt de 74-jarige voorzitter. “Onze zestig vrijwilligers worden ouder. Het demonstreren wordt in de toekomst steeds moeilijker. En de komst van groepen en schoolklassen in ons museum blijft maar doorgaan. We hebben nu zelfs gezegd: maximaal zes groepen per week. Soms waren dat er wel acht.”
Bezoekers
Daarnaast is het ‘industriële museum’ aan de Klaas Benninkstraat op dinsdag- en zaterdagmiddag open voor individuele bezoekers. Beens: “Vorig jaar kregen we ongeveer vijfduizend mensen over de vloer. Doordat de vrijwilligers doordeweeks al zo druk zijn met de groepen, zijn ze logischerwijs niet meer zo geneigd ook nog eens op zaterdag te werken. Dan kunnen we de touch screens inzetten.”
De aanwezigheid van deze schermen betekent echter niet dat de medewerkers geen ‘real life’ demonstraties meer zullen geven. Het is een aanvulling op het al bestaande aanbod van het museum. “In sommige musea moet je extra betalen als je een rondleiding wil krijgen”, legt Beens uit. “Bij ons zit dat bij de prijs in. Je krijgt waar voor je geld.”
Plaatselijke wereldindustrie
Een volgende stap is het toevoegen van Engelse teksten aan de videopresentaties, zodat ook buitenlandse gasten op hun wenken kunnen worden bediend. Dat moet in 2017 gerealiseerd worden. Verder wil het bestuur dat de expositie op de tweede verdieping, over de vroegere tapijtproductie, straks eveneens de industrie anno 2016 toont. “Over het tuften en hoe van granulaat de draden worden gemaakt”, aldus Beens. “We gaan daarvoor fabrikanten en grondstoffenleveranciers benaderen. We zijn niet voor niets een museum dat gelieerd is aan onze plaatselijke wereldindustrie.”
Daarnaast moet het Tapijtmuseum in de loop van de jaren een ‘erkend museum’ worden, zo is de wens. “Daarvoor moeten we wel aan een aantal criteria voldoen”, legt Beens uit. “Eén daarvan is de juiste verlichting in het pand. Dat is bijna afgerond. Ook moeten we vaker dan de huidige twee keer per week open.”
Persoonlijke benadering
En dan komen we dus weer terug bij de vrijwilligers. Want, hoe je het wendt of keert, er komt een dag dat de huidige medewerkers hun werk niet meer kunnen doen. Dat weet ook het bestuur. “We kunnen wel een oproep doen voor vrijwilligers, maar ik geloof meer in de persoonlijke benadering”, verklaart Beens het plan van aanpak. “Wij moeten zelf naar mensen toe waarvan we denken dat ze ons kunnen en willen helpen. Maar met de komst van de touch screens hebben we in ieder geval een enorme stap vooruit gezet. We werken er als bestuur naar toe om binnen drie jaar geheel klaar te zijn voor de toekomst.”

