KAMPEN - “Vonken, niet meer vinken”, schalde woensdagmiddag door het restaurant van zorginstelling Myosotis in Kampen. Medewerkers van IJsselheem hadden, middels een lied, een duidelijke boodschap aan hun gast: staatssecretaris Martin van Rijn. IJsselheem (waar de Schans, de Hazelaar en de Meente onder vallen) stond vorig jaar nog op een lijst van diezelfde staatssecretaris. Een ‘zwarte’ lijst.
Reden: ‘vinkjes’. Er was een slecht rapport voor IJsselheem gekomen. Die organisatie is toen aan het werk gegaan, maar een week voor het tweede bezoek werd de lijst opgesteld. “We moesten de medicijnkastjes afsluiten met sleutels. Dat deden we natuurlijk al, maar we schreven niet alles op. En we moesten meer opschrijven over de cliënten in de dossiers. Ze willen zien dat alles goed geborgd is”, zei bestuurder Helene Wüst destijds over de eisen van het rapport.
Ciska Koerhuis, medewerker van de Meente, meldde woensdag dat de lijst voelde als ‘een dolk in de rug’. Volgens haar kwam het nieuws in de Meente hard aan. “Het zorgde voor een deuk in ons vertrouwen van het systeem. We worden dus echt afgerekend op vinkjes.”
Terwijl de zorgorganisatie net een kwaliteitsslag had gemaakt. “We hadden juist de week daarvoor gevierd, met taart, dat we het goed gedaan hadden. En toen stonden we toch op de lijst”, zei Tabitha Schurink, die in de Hazelaar werkt. “Sommige cliënten zagen het nieuws bij RTL Late Night, terwijl collega’s er aan het werk waren.” Na de bijeenkomst blikte staatssecretaris Van Rijn (“Ik ben onder de indruk van de kwaliteitsbeweging die IJsselheem gemaakt heeft”) terug: “De inspectie moet natuurlijk eerlijk en rechtvaardig oordelen. Maar door deze lijst werd IJsselheem herinnerd aan een vervelend moment. Nu is het probleem opgelost. De inzet is ook om intern te werken aan minder regeltjes, en meer aandacht voor de persoon.”
Dat is ook waar de medewerkers tijdens de bijeenkomst met de staatssecretaris toe opriepen. “Toen ik begon, was ik aan het zorgen voor mensen”, stelde een medewerker. “Nu ben ik aan het zorgen dat de lijstjes en de vinkjes afkomen. Ik ben, op een werkdag van acht uur, twee uur aan het zorgen en zes uur bezig met de papierwinkel.”
Als voorbeeld werd het dagelijks noteren van de temperatuur van de koelkast genoemd. “Je gaat thuis ook niet elke dag die temperatuur controleren”, merkte Koerhuis op. “We hebben belangrijkere dingen te doen”, vulde een collega haar aan.
De IJsselheem-medewerkers riepen de maatschappij op om ‘meer vertrouwen’ te hebben in de zorg. “Wij geven echt optimale zorg. Maar niet alles valt te voorkomen. Er is geen 24 uurs één-op-één oppas. Maar dat wordt er verwacht.”
Het is goed dat dit benoemd kon worden, zei Koerhuis na afloop. “Het was kort, maar heel krachtig.” Hoewel niet alles in een uur benoemd kan worden, vond Schurink. “En de inspectie gaat niet naast ons zitten om te kijken wat we doen. Dat zouden we wel graag willen.” Koerhuis: “Dan kunnen ze ook zien wat er wél goed gaat. En ik hoop dat we daar meer tijd voor krijgen.”

