De Stadskoerier

Woensdag, 18 maart 2026

Al het nieuws uit Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis

Vrijwilliger STTZ: 'Dit werk vervult mij met grote dankbaarheid'

Vrijwilliger STTZ: 'Dit werk vervult mij met grote dankbaarheid'
Foto: Herman IJssel
Redactie: Bas Wilberink

(door Alex de Jong)

ZWARTSLUIS - Ze is, sinds haar moeder 4,5 jaar in coma lag, gefascineerd door de dood. Vooral de vraag ‘hoe ga je dood?’ houdt haar bezig. Het was deze vraag die Gertrude Achterberg (45) uit Zwartsluis negen jaar geleden bij de Stichting Terminale Thuiszorg bracht. Haar vrijwilligerswerk voor deze organisatie gaf haar vooralsnog niet hét antwoord. Wel immens veel voldoening.

Ze wil ‘er zijn’ voor anderen, voor terminale patiënten die soms niemand anders aan hun sterfbed hebben zitten. “Jouw aanwezigheid maakt verschil. Je kunt een ander, een wildvreemde, een medemens, tot steun zijn. Dat maakt het bijzonder”, vertelt ze. “Wat het mij brengt? Heel veel. Het vervult mij met grote dankbaarheid.”

Delen

“Mijn moeder heeft ons vroeger geleerd: als je niet kunt delen, dan kun je ook niet vermenigvuldigen. Mijn moeder was een ongelooflijk lieve en zachtmoedige vrouw. Ze keek om naar alles wat liefde en aandacht nodig had”, zo vertelt Gertrude, die graag in de praktijk brengt wat haar moeder haar heeft geleerd.

Gertrude’s leven draait voor een groot deel om haar vrijwilligerswerk. “Ik doe veel. Ik werk voor de Zonnebloem, verzorg het borreluurtje in een bejaardencentrum, ben overblijf-, maar ook luizenmoeder op school; ik loop wekelijks - al jaren - met een autistische jongen via Stichting Philadelphia en ik bezoek wekelijks een dementerende dame.” Daarnaast werkt ze als coördinatrice en vrijwilligster voor de Stichting Terminale Thuiszorg Kampen en omgeving (STTK).

Liefde

“Het vrijwilligerswerk brengt mij heel veel. Ik word nergens zo gelukkig van als wanneer ik mijn liefde heb gegeven aan iemand die op sterven ligt. Dat geeft power, een ongelooflijke gevoel van welbehagen.” Ten tijde van het interview waakt ze drie dagen per week bij een ‘oude dame’. “Als ik ga, klinkt het: ‘Tot morgen, Gertrude, dank je wel’. Haar ‘dank je wel’ is van hele grote waarde. Ik word er blij van dat mijn aanwezigheid mensen blij kan maken. Daar kan geen geld tegenop. Maar misschien heb ik gemakkelijk praten vanuit mijn positie”, relativeert ze.

Oorspronkelijk komt ze uit Arnhem, maar verhuisde naar Zwartsluis vanwege de liefde. Ze kreeg kinderen, de liefde verdween, een scheiding kwam. “Negen jaar geleden dacht ik: alles loopt, ik ben financieel onafhankelijk, ik heb het allemaal goed voor elkaar, weet je wat? Ik moet iets terugdoen voor de maatschappij.”

Geen toeval dat ze koos voor de STTK. Rond die tijd lag haar moeder, na een volledig misgelopen operatie, in een coma die 4,5 jaar heeft geduurd. “Toen kwam bij mij de vraag op: hoe ga je nu eigenlijk dood? Dat vond ik zeer fascinerend. En zo ben ik dus bij de Stichting Terminale Thuiszorg terechtgekomen.”

Bijzonder

“Natuurlijk dacht ik na het volgen van de cursus wel: ik ben benieuwd of ik er tegen kan. Maar weet je? Je kunt zoveel voor een ander mens betekenen. Al breng je een glaasje water. Je bent bij hen en haalt zo toch een deel van de angst voor de dood weg.” Dit ‘er zijn’ is de rode draad die de vrijwilligers voor de Stichting Terminale Thuiszorg Kampen zo tekent. “Vaak is dat al voldoende. Ze zijn niet alleen.” Natuurlijk zijn de vrijwilligers er voor de terminaal zieke patiënt, maar eigenlijk ook voor de familie; voor de mantelzorgers die even rust nodig hebben, die ‘het waken’ even aan een ander kunnen overlaten, zodat zij weer kunnen ‘bijtanken’.

Haar werk creëert ook wonderlijke herinneringen. “Zoals een heel bijzonder echtpaar in de negentig. Man 95, vrouw 93. De man had longontsteking en was stervende. Ze lagen in de woonkamer naast elkaar in bed. Ik zal nooit vergeten hoe de hand van de oude mevrouw liefdevol naar die van haar man gleed... zo mooi!” Het echtpaar is nog steeds samen. “Op het moment dat meneer via de terminale thuiszorg aandacht en liefde kreeg, krabbelde hij weer helemaal op! Hoe mooi is dat?!”